We moeten niet op één onderdeel insteken, maar toewerken naar het aanmeten van een langdurige gezonde leefstijl"

Prof. dr. Liesbeth Van Rossum is internist-endocrinoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. In het Centrum Gezond Gewicht, dat ze in 2014 samen met kinderarts Erica van den Akker oprichtte, behandelt ze patiënten met obesitas. In mei 2016 werd ze benoemd tot hoogleraar Obesitas en Stress. In haar oratie riep ze mensen op om verder te kijken dan de buik breed is. Ze wil misverstanden over zwaarlijvigheid de wereld uit helpen. Tijdens het Kennisfestival sprak JOGG haar over haar werk.

Fotograaf: Bart Versteeg

Waar komt uw interesse voor obesitas vandaan?

“In de jaren ’90 werd het vethormoon ontdekt. Vanuit biologisch perspectief kon men daardoor verklaren hoe ons eetlustregulatiesysteem werkt. Dit waren spannende tijden op het gebied van obesitas. Als student deed ik in die periode tijdens mijn studie geneeskunde een onderzoeksstage in Amerika en werd daar geïnspireerd door de ontdekker van het vethormoon. Ik werd gegrepen door deze complexheid van obesitas en gedreven om het obesitas stigma tegen te gaan.”

Hoe kijkt u tegen de behandeling van obesitas aan?

“Veel van mijn patiënten hebben obesitas. Ze komen bij een arts voor een bepaalde ziekte, maar heel vaak is obesitas de onderliggende oorzaak. Ik zie gebeuren hoe we allerlei ziekten behandelen, maar het probleem niet bij de wortel aanpakken. Dat is onderdeel van waarom de obesitas epidemie toeneemt. Overgewicht wordt vaak niet besproken in het spreekuur bij de dokter, omdat vele artsen dat een moeilijk bespreekbaar en lastig op te lossen probleem vinden. Wanneer iemand met obesitas komt voor pijn in de knie, wordt er bijvoorbeeld eerder een spuit met corticosteroïden ingezet, wat op zijn beurt weer een gewicht verhogende bijwerking kan hebben. Ik zie liever dat we op het totaalplaatje van de psychosociale context en de biologische kenmerken insteken om een gedragsverandering naar gezonde leefstijl in gang te zetten.

 

Het is belangrijk om eerst te bekijken waarom de patiënt overgewicht heeft ontwikkeld. Zijn er factoren die het lastig maken om een gezonde leefstijl aan te houden? Heeft hij of zij schulden? Stress? Slaaptekort? Gewicht verhogende medicijnen? Er spelen zoveel factoren mee. Bij jongeren speelt het gebruik van smartphones en tablets ook een grote rol in de obesitas epidemie. De smartphone geeft licht af waardoor je ’s avonds langer wakker blijft. Nog even op de telefoon voor het slapen gaan, correleert met onvoldoende slaap en obesitas. Ook pesten bij kinderen kan stress veroorzaken. Chronische stress kan bij een extreme verhoging van het stresshormoon cortisol leiden tot meer snacktrek en een dikkere buik.

Ik vind dat we uiteraard meer preventieve maatregelen nodig hebben om overgewicht te voorkomen. En als er bij iemand reeds sprake is van (ernstig) overgewicht, moeten we éérst de onderliggende oorzaken van de gewichtstoename aan het licht brengen en aanpakken waar mogelijk, om vervolgens het overgewicht te behandelen door bijvoorbeeld gecombineerde leefstijlinterventies. Als de leefstijl volledig op orde is, maar het gewicht verbetert niet, dan kunnen andere maatregelen overwogen worden. Denk aan een maagverkleining of – in de toekomst – een pil waarmee het hongergevoel onderdrukt wordt.”

Hoe ziet u die gecombineerde leefstijlinterventies voor u als het gaat om jongeren?

“Afhankelijk van wat er precies speelt bij de individuele jongere, zou het goed zijn als ze met obesitas zoveel mogelijk in hun eigen wijk terecht kunnen voor hulp en alleen in de medische zorg terechtkomen als de obesitas te ernstig of complex blijkt. Het streven is dat buursportcoaches, diëtisten, psychologen, fysiotherapeuten, leefstijlcoaches en andere lokale initiatieven hun diensten in samenhang aanbieden. In Rotterdam maken we nu een menukaart waarop alle initiatieven in de wijk zichtbaar zijn. Door de gemeente worden initiatieven gebundeld zodat hulp op het gebied van gedrag, voeding en beweging in samenhang, en soms in groepsverband, aangeboden wordt. We moeten niet op één onderdeel insteken, maar toewerken naar het aanmeten van een langdurige gezonde leefstijl. Natuurlijk is daarnaast preventie erg belangrijk. JOGG speelt hierbij een grote rol. Zij maken jongeren bewust van het belang van een gezonde leefstijl, maar zorgen ook voor een gezondere leefomgeving.”

Op welke manieren kunnen scholen zoveel mogelijk beweging in het lesprogramma inbouwen?

“Uit onderzoek onder volwassenen is gebleken dat twee keer twintig seconden voluit bewegen per week positieve gezondheidseffecten heeft. Heel kort maximaal inspannen heeft een soortgelijk effect op de inspanningscapaciteit als meerdere kilometers hardlopen. Dit resulteert in een enorme conditieverbetering en kan een rol spelen bij de preventie van overgewicht. Het effect bij jongeren is nog niet onderzocht, maar iedere schooldag starten met een sprintje rondom het schoolgebouw zou wellicht een verschil kunnen maken. Je gaat kortdurend hijgen, maar zit onder je zweetgrens. Het lichaam maakt allerlei gunstige stofjes aan. Het is eigenlijk The Daily Mile, maar dan in het kort. Onderzoek zal nog moeten uitwijzen of het een goed alternatief is wanneer er op een drukke lesdag geen ruimte is om een kwartier naar buiten te gaan. Ik raad bovendien aan om vaker buiten te bewegen, en als het even kan, zonder jas. Van kou word je niet verkouden, daar is een virus voor nodig. Wat kou wel doet is het activeren van de vetverbranding. Dus lekker buiten bewegen en van de natuur genieten, dat is dubbel effectief!

Uit onderzoek bij volwassenen is gebleken dat het snel heen en weer bewegen van de voet of tikken met de pen tijdens langdurig stilzitten positieve gezondheidseffecten heeft. Je lichaam wordt geactiveerd door de kleine spierspanningen. Als mensen langdurig stilzitten op een dag, maar in veel van die uren aan dit zogeheten ‘fidgeting’ doen, dan verhogen ze hiermee hun verbranding. Mogelijk zijn dit ook trucs om tijdens een schooldag de negatieve effecten van lang stilzitten tegen te gaan.”

Alleen door met de hele omgeving van het kind samen te werken kan je een gezonde toekomst bieden.